E-mailmarketeers mogen geen co-registratie meer hanteren van de Opta
De Opta heeft eind mei â¬660.000 aan boetes uitgedeeld in de e-mailmarketingbranche. Als dialoogmarketeer houd ik me liever niet teveel met juridische zaken bezig, maar deze boetes vormen voldoende aanleiding uit te diepen wat er echt aan de hand is.
Met name het begrip co-registratie staat ter discussie. Dit is het in één keer vragen van toestemming om het verkregen e-mailadres te gebruiken voor meerdere titels, merken of bedrijven. Volgens de Opta kan dit niet. Hoe zit dit?
Terug naar de basis
Doel van de Telecommunicatiewet is het beschermen van de consument. Bij e-mailmarketing is dit het beschermen tegen ongevraagde e-mail ofwel spam. De consument moet toestemming geven om gemaild te mogen worden. Er moet bovendien sprake zijn van wat in de branche "informed consent" wordt genoemd. De ontvanger van de e-mail moet zijn geïnformeerd over de doeleinden waar de adverteerder het e-mailadres voor gebruikt.
Toestemming per titel of merk verkrijgen
De recente strikte interpretatie van de Opta over co-registratie impliceert dat bedrijven die meerdere titels of merken voeren per titel/merk toestemming moeten verkrijgen. In veel gevallen geven ontvangers van e-mail nu toestemming om e-mail te ontvangen van:
- De titel of een merk, bijvoorbeeld het blad Boerderij of het merk Conimex
- Het bedrijf of concern (en daarmee de andere titels of merken binnen het concern). In dit voorbeeld Reed Business of Unilever
- Relevante aanbiedingen van derden
In de interpretatie van de Opta zijn optie 2 en optie 3 niet meer mogelijk. Ook niet wanneer mensen hier wel toestemming voor hebben gegeven.
De huidige situatie en de consument
Bij de meeste listbrokers of adverteerders die de toestemming voor aanbiedingen van derden hebben verkregen, gaat het goed. Vaak zie je teksten in de e-mail als "U ontvangt deze e-mail omdat u staat ingeschreven bij XYZ". Ontvangers van e-mail kunnen zich uitschrijven voor deze e-mailings en ontvangen dan ook niets meer.
Het kan echter mis gaan bij een aantal leadgenerators. Leadgenerators werven vaak e-mailadressen (leads) met online spellen en prijsvragen. Bijvoorbeeld "Doe mee met XXX en win een iPad". In de voorwaarden en/of privacy statement van een deel van deze branche wordt een bijna ongelimiteerde vrijheid bedongen om allerlei commerciële activiteiten te ontplooien met het e-mailadres door nog niet gedefinieerde derde partijen. Nu is de vraag of er aan de eis van "informed consent" wordt voldaan. Is duidelijk genoeg wat de consument kan verwachten? De Opta vindt van niet.
Het probleem zit vaak in het uitschrijven voor bepaalde mailinglijsten. Na aanmelding van een e-mailadres bij een online spel, kan een spelorganisator bijvoorbeeld tien partijen het recht geven dit e-mailadres te exploiteren. Partij één stuurt een e-mail en de consument schrijft zich uit. Ervan uitgaande dat de uitschrijving door partij één goed verwerkt wordt, zal hij door die partij niet meer benaderd worden. Maar nog wel door partijen twee tot en met tien.
Geïnformeerd of niet?
De Opta stelt dat in een situatie als in bovenstaand voorbeeld, de consument bij inschrijving onvoldoende is geïnformeerd. In bovenstaande situatie kan ik begrip opbrengen voor dit standpunt. Maar is de ontvanger van e-mail in alle gevallen van co-registratie onvoldoende geïnformeerd? Er zijn namelijk legio andere situaties waarbij wél sprake is van "informed consent".
Bij de eerder genoemde voorbeelden als Reed Business en Unilever is het voor de ontvangers van e-mail erg makkelijk te achterhalen welke titels of merken de bedrijven nog meer voeren. Een bezoekje aan de homepage is vaak voldoende. Dat lijkt me toch helder. Sommige adressenverzamelaars noemen bij het verkrijgen van het e-mailadres de adverteerders waarmee ze samenwerken. Dat is ook duidelijk voor de consument.
Als een consument toestemming geeft voor aanbiedingen van derden, is aannemelijk te maken dat hij erop vertrouwt dat de partij aan wie hij de toestemming geeft een goede inschatting kan maken van wat relevant is. Als dat vertrouwen er niet is, hoeft hij niet mee te doen om die iPad te winnen. Een consument moet er natuurlijk wel van op de hoogte zijn gesteld dat anderen kunnen gaan e-mailen.
Alle nuance ontbreekt echter bij de Opta, die aangeeft dat álle co-registratie in strijd is met de in de inleiding genoemde wet en met name met de eis tot "informed consent".
Wat vinden de experts
Telefonische navraag bij in deze materie gespecialiseerde juristen Alexander Singewald, Jetse Sprey en Christiaan Alberdingk Thijm wijst uit dat de Opta er ook volgens de experts een veel te stringente interpretatie op na houdt. Zij achten het niet waarschijnlijk dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokken e-mailontvanger dusdanig wordt geraakt dat dit het rigide standpunt van de Opta rechtvaardigt.
Eenvoudige oplossing
In mijn ogen is een eenvoudige oplossing mogelijk:
- Wees transparant. Stel het verplicht dat de ongelimiteerde mogelijkheid tot het gebruik van het e-mailadres niet in het privacy statement of de voorwaarden wordt verstopt. En nog belangrijker;
- Zorg ervoor dat de ontvanger zijn afgegeven toestemming per adverteerder maar ook in één keer bij de bron kan intrekken. Waarbij de bron de leadgenerator/organisatie is die het adres heeft verzameld. Als een consument zich bij de bron kan uitschrijven voor al het commerciële gebruik van het e-mailadres, is er niets (meer) aan de hand.
Hiermee kunnen we de impact voor de branche reduceren, co-registratie blijft immers mogelijk. Ook de ontvanger van de e-mails wordt er beter van en kan zich, als hij dat wil, voor alle e-mails in één keer uitschrijven.
Bron: Emerce